Laat ik voorop stellen dat mijn betoog niet voortkomt uit eigen belang. De voorgestelde wijzigingen hebben geen directe invloed op onze situatie, maar wij kunnen wel als ervaringsdeskundige worden bestempeld als het gaat om afsplitsing. En ja, we voelen ons wel aangesproken door deze wijzigingen.

En vanuit die optiek hebben we gekeken naar de effecten door eventuele toekomstige afsplitsingen.

In de commissiebehandeling heb ik de vraag gesteld welk doel deze aanpassingen dienen en ik heb mijn betoog aldaar beëindigd met de constatering dat deze wijzigingen, naar onze ervaring, geen afsplitsing zouden hebben voorkomen.

Afsplitsing komt veelal pas na een lang, moeizaam en pijnlijk proces. Je doet dat niet zomaar. Het kan voortkomen uit een bepaalde sfeer/cultuur in de fractie, waardoor men zich er niet (meer) in thuis voelt, maar vaak gaat het om een gedwongen vertrek, een conflict over in te nemen standpunten, botsende karakters of het ontbreken van onderling vertrouwen.

Op zich zijn we niet tegen het vastleggen van regels, die afsplitsen ontmoedigen, maar de mate waarin dat gebeurt mag o.i. niet het functioneren van het democratisch proces in de gemeente gaan belemmeren. Dat zien we met deze voorstellen wel te gebeuren. Met name door het afzijdig gehouden worden van het fractievoorzittersoverleg en het vrijwel ontbreken van de mogelijkheid om een commissielid, niet-raadslid zijnde, voor te dragen zullen een negatieve invloed kunnen hebben op het functioneren van raads- en commissievergaderingen. Daarnaast is de verplichte naamgeving een doorn in ons oog en kan gaan conflicteren met namen van bestaande fracties, fractienamen of andere individuele raadsleden.

Daarom hebben we een aantal amendementen ingediend om de voorgestelde maatregelen te verzachten.

We willen daarbij eerstens wijzen op het moment van afsplitsing. Als een lid of een groep zich direct na de verkiezingen afsplitst (en voor de eerste gemeenteraadsvergadering) mag deze afsplitsing een fractie heten en geniet het alle geneugten. Zie artikel 7a lid 3 t/m 5.

Maar als je als hardwerkend en toegewijd raadslid na enige tijd moet afsplitsen, worden zoveel mogelijk belemmeringen opgeworpen. In ieder geval voelt dit als oneerlijk. Dus kan je je beter zo snel mogelijk na de verkiezingen afsplitsen. Zeker als je als spookraadslid door wilt gaan.

Wat betreft de naamgeving stellen we voor dat een lid of groep zelf een naam voorstelt. Conform artikel 7 lid 5, moet die aan bepaalde eisen voldoen.

Deelname van een groep of lid aan het fractievoorzittersoverleg zal het draagvlak voor voorstellen en afspraken vergroten. Indien dat toch onwenselijk wordt geacht, dient minimaal voor een goede communicatie zorggedragen te worden. De huidige patriarchale formulering getuigt niet van respect voor mede-raadsleden. Er staat letterlijk:
Een zelfstandig lid of voorzitter van een zelfstandige groep wordt – indien nodig voor zijn functioneren – over de besluiten van het fractievoorzittersoverleg geïnformeerd.

Hoezo, indien nodig voor zijn functioneren?? Alleen besluiten, waar blijft eventuele inbreng?? Hoeven afsplitsers niet naar behoren geïnformeerd te worden? Zijn afsplitsers dan 2e rangs raadsleden?? Zo’n behandeling achten wij Heiloo onwaardig.

Ondersteuning in commissiewerk zou voor een groep met minimaal 1 en voor een lid met minimaal 2 commissieleden, niet-raadslid zijnde, mogelijk moeten zijn. Zo kunnen 3 commissies door 3 verschillende leden worden bemenst, hetgeen de dossierkennis en inbreng ten goede komt.

De mogelijkheid om als groep in het gemeentehuis te kunnen vergaderen zou je open moeten houden. Voor burgers, die bij fracties willen inspreken, worden dan geen extra belemmeringen opgeworpen. Ook kan dit het onderling overleg bevorderen.

De voorgestelde wijzigingen in de RVO dragen niet bij om fracties bij elkaar te houden en afsplitsingen te voorkomen. Maar ze belemmeren wel de raadsleden in hun functioneren. En dat zal ook gevolgen hebben voor functioneren van de raad en commissies als geheel.

Op mijn vraag welk doel deze wijzigingen dienen, was maar 1 antwoord. De VVD vindt dat versnippering van de fracties de bestuurbaarheid van de gemeente niet ten goede komt. En dat klopt. Uit oogpunt van bestuurbaarheid kan slagvaardig werken vanuit een coalitie met zo min mogelijk fracties met zoveel mogelijk zetels. Fractiediscipline speelt daarbij dan wel een grote rol. En diezelfde fractiediscipline kan ook de oorzaak zijn van afsplitsing.

Het voorkomen van afsplitsingen moet dus vooral in het functioneren binnen de fracties gevonden worden en niet in het aanpassen van een regelement van orde.